Liberalisme is een bestanddeel van Socialisme

Liberalisme is een bestanddeel van Socialisme

18 april 2021 artikelen 0

Introductie.

In de vorige stukken werd op de noodzaak gewezen om een sterkte-zwakteanalyse uit te voeren over de politiek van de communistische beweging in West Europa in de 20ste eeuw. Die beweging heeft zich van de westerse arbeidersklasse vervreemd door haar politiek te baseren op het staatsmodel van Lenin dat echter specifiek was bedoeld voor de toenmalige Russische verhoudingen en niet aansloot op de historische ontwikkeling van de arbeidersklasse in de hoog ontwikkelde industriële landen. Het is jammer dat er in het begin van de jaren 90 van de 20ste eeuw een hoopvol begin werd gemaakt met die sterkte-zwakteanalyse maar is blijven steken in het conservatisme van mensen die het werk van Lenin beschouwen als een metafysisch heilig dogma. In die tijd waren het voornamelijk de Franse en Italiaanse partijen die het onderzoek begonnen. Er kwam een boek uit genaamd: ‘Euro Communisme en Westers Marxisme’ waarin is te lezen:

‘Wanneer wij spreken van een eigen gestalte van ons moderne communisme, dan gaat het niet alleen over de strategie van onze eigen weg die wij willen volgen, maar ook over onze eigen definitie over de inhoud van het socialisme dat onze eigen arbeidersklasse zal aanspreken. Het sleutelwoord voor deze definitie is: ’Democratie’. Dat betekent dat in onze verhoudingen het onmogelijk is gebleken de werkende klasse te mobiliseren op basis van het aan onze verhoudingen vreemde (Russische) leerstuk: ‘Dictatuur van het Proletariaat’ als vervangend element van democratische verhoudingen die tot stand zijn gebracht door eeuwenlange, harde strijd van onze arbeidersklasse. Dit leerstuk heeft afgedaan. Daarvoor in de plaats komt de strijd voor verdere uitbreiding van democratie. Dit is de weg die de westerse arbeidersklasse heeft gevonden en gevolgd en het is onverstandig gebleken om hiervan af te wijken’.

Bij deze vaststelling is het gebleven. Men heeft verzuimd om inhoud te geven aan de ‘definitie democratie’. Uit de historische stromingen Verlichting, Renaissance en Humanisme ontstond een alternatief model van een vrije staatsinstelling die functioneert op volledige participatie van het volk en de mogelijkheid blokkeerde dat enkelingen of groepen over de samenleving gaan heersen. De Verlichtingsfilosoof Montesquieu ontwierp hiervoor een concreet toepasbaar systeem de: ‘Trias Politica’. Het bestuurlijke systeem hiervan werd vér voor het ontstaan van de marktideologie geïntroduceerd. Een kleine groep kapitalistische burgers, de ‘bourgeoisie’, in Parijs konden hun handel niet ontplooien onder het bewind van de adel en de katholieke kerk met het feodale gezag van Lodewijk de 16de. Zij gebruikten de Trias Politica om een alternatief staatsbestel op te zetten waarmee zij het volk achter zich wisten te krijgen met de leuze: ‘Vrijheid-Gelijkheid-Broederschap. Toen zij eenmaal aan de macht kwamen bleef alleen de lege huls van de Trias Politica om een feodaal, hiërarchische stelsel van de bourgeoisie hangen. Zij gebruiken het begrip liberalisme als een loopplank naar wat zij zelf noemen een: ‘industriële bestuursstijl’, dat in wezen de dictatuur van een klasse van private eigenaars is. De bourgeoisie heeft het begrip ‘liberalisme’ op een geraffineerde manier gekaapt om er haar eigen privébelangen mee te vestigen en te handhaven. Het heeft bij de communistische beweging ontbroken om aan te tonen dat het liberalisme, de volksvrijheid, vanwege haar principiële inhoud niet thuis kan horen bij de kapitalistische klasse.

De evolutionaire en revolutionaire voorgeschiedenis van het liberalisme

Het begrip ‘liberalisme’ heeft een heel lange voorgeschiedenis. Liberalisme betekent: ‘vrijheid voor het volk’. Het denken in die richting begon bij de atomisten 2600 jaar geleden. Democritus stelde dat ‘de wereld niet is geschapen door goden maar dat de natuur een creatie is van zichzelf’. Hij werd verbannen en zijn geschriften werden verbrand. Dat werd gevolgd door de slavenopstand onder leiding van Spartacus tegen de Romeinse onderdrukking. In de grote pestpandemie waren vele opstanden die na de epidemie kristalliseerden in stromingen tegen het: ‘wereldlijke gezag van de kerk’. In de middeleeuwen werd het maatschappelijk leven overheerst door de dwingende wereldlijke klerikale macht en onderdrukking van de kerk die iedere vernieuwing tegenhield. Protestantisme was in West Europa de eerste georganiseerde tegenkracht contra de klerikale macht. De steeds zwaardere natuurwetenschappelijke afwijzing van de metafysische kerkleer over het leven en de natuur kostte veel mensenlevens waaronder wetenschappers zoals Bruno die de kerkleer verwierpen waarin de zon om de aarde draait. Hij stierf op de brandstapel uitroepende: ‘en toch draait de aarde om de zon’. De pestpandemie betekende in grote delen van Europa het ‘einde van de lijfeigenschap en horigheid’. Dat was een proces van jaren, en een proces dat zeker niet zonder slag of stoot ging. Het laatste kwart van de toch al door veel oorlogen geteisterde veertiende eeuw stond bol van grote opstanden en burgeroorlogen die uitbraken als gevolg van de nieuwe sociale, economische en politieke verhoudingen.

De belangrijkste stromingen in de maatschappij transitie

De renaissance. Met de herontdekking van de Klassieke Griekse Oudheid kwam de mens meer centraal te staan. Die stroming werd ‘Renaissance’genoemd. Dat betekent letterlijk ‘Wedergeboorte’. Beroemde kunstenaars schilderden niet langer christelijke onderwerpen maar lieten het werkelijke aardse leven zien. Met de uitvinding van de boekdrukkunst werd het mogelijk om de nieuwe ideeën snel te verspreiden.

De Verlichting. De vrijheidsbeweging kwam verder op gang met de opkomst van de ‘Verlichting’ in het Engels zo mooi genoemd: ‘Age of Reason’. Het wetenschappelijk denken werd verlost van de kerkelijke metafysica dat plaats moest maken voor het rationalisme en empirisme. Dat was het begin van een diepgaande inbreng van de natuurwetenschappen in de maatschappijleer. Met de Verlichting ontstond een nieuwe manier van denken. Mensen gingen anders denken over: politiek, filosofie, wetenschap, geloof, economie en sociale verhoudingen, de relatie hoe mensen tot elkaar staan. De empiristen geloofden dat de mens wordt geboren als een ‘tabula rasa’ (leeg blad) en je gedurende je leven kennis en ervaringen opdoet. Dit betekende dat kennis belangrijker werd geacht dan afkomst, omdat ieder mens dezelfde start maakt en daarom ook dezelfde kansen verdient. Dat werd vastgelegd in de: ‘Universele verklaring van de rechten van de mens’. Deze ideeën vormden kritiek op de standenmaatschappij van die tijd, waarbij afkomst je stand bepaalde en de derde stand werd achtergesteld. Kapitalisme bevat de bestuurlijke rest van deze asociale verhoudingen uit de feodale wereld. In plaats van de landheren werden nu de kapitalisten de baas in de samenleving.

De Verlichting begon in Nederland met Baruch Spinoza, René Descartes, en in Engeland met Newton en John Locke. Hun ideeën sloegen over naar Frankrijk met Diderot en Rousseau. In Duitsland waren dat mensen als Immanuel Kant. Dit waren landen waar het volk succesvolle strijd tegen de heersende machten hadden uitgevochten of daarbij nog bezig waren. In de meest progressieve landen mochten boeken met verlichte ideeën worden gedrukt die zich massaal over de wereld verspreidde..

Het Humanisme. Humanisme is een filosofische denkrichting die op de waarde van mensen de nadruk legt met het kritisch denken en bewijsvoering (rationalisme en empirisme) boven acceptatie van kerkelijke dogma’s en geloof in God. In het algemeen verwijst humanisme naar een perspectief dat menselijke vrijheid en vooruitgang benadrukt. Het beschouwt mensen als enige verantwoordelijk voor de ontwikkeling van individuen en benadrukt een zorg voor de mens in relatie tot de wereld. Humanisme verwijst naar een niet-theïstische levenshouding gericht op menselijke keuzevrijheid die zich richt op natuurwetenschap in plaats van openbaring van een bovennatuurlijke bron, de metafysica, om de wereld te begrijpen. Maar de bron van het ontstaan van het humanistische gedachtegoed ligt vroeger.

Het humanisme begon met de intellectuele, literaire en wetenschappelijke beweging van de vijftiende tot de zestiende eeuw. De bekendste humanist was deNederlandse Desiderius Erasmus. Het humanisme verving als filosofie en opvatting van de werkelijkheid, het bovennatuurlijke verklaringsmodel van de kerk door het concept van de mens als maat van alle dingen. Humanisme is een levensbeschouwing die zich niet beroept op een goddelijke openbaring, maar vertrouwt op het vermogen van de mens om zelf zijn leven zin te geven, zich baserend universele waarden zoals: menselijke waardigheid, mondigheid, vrijheid, tolerantie en verantwoordelijkheid.

Het Protestantisme is een stroming die ontstond nadat leerstellingen en praktijken in de middeleeuwse katholieke kerk in West-Europa van binnenuit weerstand begonnen op te roepen. Aan het eind van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw kwam er steeds meer kritiek op de Rooms-Katholieke Kerk en de geestelijkheid. De Kerk was doortrokken van corruptie en immoraliteit; velen vonden dan ook dat er drastische veranderingen nodig waren. De reactie die dat teweegbracht en die aanving in de vroege 16e eeuw, is bekend geworden als de Reformatie. De belangrijkste man van deze stroming was Thomas Müntzer. In de Duitse Boerenopstand van 1524 tot 1525 gaf hij leiding aan de opstand terwijl Maarten Luther de opstandelingen in de steek liet. Thomas Müntzer was een theoloog en prediker. Hij brak met de ideeën van Maarten Luther, die hij aanvankelijk bewonderde. Luther nam het in het begin op voor de boeren. Toen die in opstand kwamen koos hij partij voor de rechten van de vorsten. Thomas Müntzer riep, in tegenstelling tot Luther, op tot daadwerkelijk verzet, met militaire middelen, tegen de feodale onderdrukking. Daarmee plaatste hij zich in 1524 aan het hoofd van de Duitse Boerenopstand. In die strijd werd hij ter dood gebracht na te zijn gemarteld. Luther keerde zich af van de volkselementen in zijn beweging en koos de zijde van de landheren, de adel en de vorsten. In die zin beschouwt de progressieve sector van de geschiedschrijving Thomas Müntzer als de revolutionaire grondlegger van het protestantisme en niet Maarten Luther. Veel opstandelingen van de Duitse Boerenopstand vluchtten naar Nederland waar zij samen de Geuzen een moedige strijd leverden tegen het Spaanse klerikale onderdrukking.

De Duitse Boerenoorlog was van groot belang voor de geschiedenis van Europa. Marx en Engels besteedden veel aandacht aan de betekenis die de Duitse Boerenoorlog voor de ontwikkeling in Europa. Dit in tegenstelling met de officiële geschiedschrijving. Naast Thomas Müntzer had in Zwitserland Huldrych Zwingli de leiding over de opstand tegen het regiem van de landheren. Ook hij verloor bij die strijd zijn leven.

Friedrich Engels schreef een interessant boek de: ‘Duitse Boerenoorlog’. Marx en Engels zagen in de Boerenoorlog de eerste georganiseerde opstand van de onderliggende klasse tegen het feodale landheren regiem in Europa. De Duitse Boeropstand wordt gezien als de voorloper van de Nederlandse tachtigjarige vrijheidsstrijd die 1568 begon en eindigde in 1648.

Het Liberalisme. Halverwege de 18e eeuw werd Parijs het nieuwe centrum van de Verlichting, met denkers als Montesquieu en Voltaire. Tijdens de Verlichting ging men meer nadenken over hoe de ideale samenleving er concreet uit zou moeten zien. Montesquieu vatte die denkbeelden samen in een concreet toepasbaar alternatief voor de feodale staatsstelsels: de ‘Trias Politica’. Veel denkers zoals Karl Marx en Friedrich Engels waren het er over eens dat de Trias Politica als model voor een samenleving van vrijheid en gelijkheid belangrijk was. Zij noemde dit liberalisme: ‘revolutionair’. Er wordt ook wel gezegd dat de Verlichting de oorzaak van de Franse Revolutie was. Bij nadere beschouwing van dit oorspronkelijke liberalisme wordt het duidelijk dat de Trias Politica op de weg ligt naar het ‘Communistische Manifest’ dat later in 1848 het licht zag.
In het Manifest werd naast de oproep democratische rechten te veroveren gesteld dat dit proces moest eindigen in het afschaffen van de privaatrechten van de bourgeoisie.

Socialisme en Communisme. Dit zijn twee nauw verbonden begrippen. Het betreft één maatschappelijke stroming waarin het socialisme de overgang is van het kapitalisme naar het communisme. In het socialisme bestaat de staat nog. Die heeft echter de tegengestelde functie van de kapitalistische staat. Deze heeft de functie de tweedeling in de samenleving in het stand te houden en het privaateigendom van de bezittende klasse te beschermen. In de socialistische staat wordt dat privaateigendom afgeschaft en vervangen door gemeenschapsbezit van productiemiddelen, banken en grond. Er wordt een einde gemaakt aan de juridische grondslag van tweedeling. Verder wordt zelfsturing in alle maatschappelijke instituten en sectoren voorbereid. De ‘industriële bestuursstijl op basis van meerwaarde diefstal’ zal plaatsmaken voor ‘maatschappelijke zelfsturing op basis van kennis en gemeenschapseigendom’. Hierdoor zal in de loop der tijd binnen het socialisme de staat afsterven en is de overgang naar het communisme bereikt. Definitie:Communisme is een economisch systeem waar het collectief de factoren van productie bezitten. De vier productiefactoren zijn arbeid, ondernemerschap, kapitaalgoederen en natuurlijke hulpbronnen. Communisme is een sociale, politieke en economische maatschappij gericht op de verwezenlijking van een klasseloze samenleving, gebaseerd op gemeenschappelijke eigendom van de productiemiddelen en met openbare instellingen, waarbij iedereen produceert naar vermogen en neemt naar behoefte. Alle maatschappelijke functies worden verricht met zelfsturing en collectieve besluitvorming.

Voor de benadering van de problematiek in deze beschrijving van dit evolutionaire transitieproces van maatschappijsoorten is het model van Montesquieu van een nieuw staatsbestel de: ‘Trias Politica’ belangrijk. Montesquieu vond dat het verschrikkelijk was als koningen alle macht hadden. Hij zou het even verschrikkelijk hebben gevonden als kapitalisten alle macht hadden. Hij bedacht het systeem van de driemachtenleer de Trias Politica of scheiding der machten waarvan in de huidige staatsinrichting nog een zweem hangt van het Trias Politica maar meer ook niet. Er bestaat wel in naam een ‘rechtelijke macht’ maar die is niet onafhankelijk omdat de rechters worden benoemd door de ‘uitvoerende macht’ en niet door het volk. Er bestaat wel in naam een ‘wetgevende macht’ maar die wordt via het representatieve vertegenwoordigingssysteem bepaald door politieke partijen die achter het kapitalisme staan of het min of meer gedogen. Het staatsbestel functioneert binnen het framework van de ‘repressieve tolerantie’ dat wordt gehandhaafd door de rechten van de bezittende klasse op het privaateigendom van productiemiddelen banken en grond vastgelegd in de Grondwet waarop alle afgevaardigden van parlement en regering de eed moeten afleggen voordat zij worden geïnstalleerd.

De kapitalistische economie is gebaseerd op tweedeling waarin de rijke sector zich verrijkt met de resultaten van de arbeid van de mensen in productieve sector. De communistische maatschappij wordt bestuurd met de kennis van het volk die voortkomt uit de collectieve zelfsturing van het leven binnen de kaders van duurzaamheid van milieuvriendelijke productieprocessen gericht op de fundamentele levensbehoeften van mens en natuur.

Als je deze elkaar opvolgende stromingen overziet dan valt het meteen op dat daarin niet de ideologie van het markteconomische kapitalisme thuishoort. Die ideologie is gericht op de heerschappij van een groep of enkelingen die zich verrijken door diefstal van de arbeid van anderen. Het markteconomische kapitalisme hoort thuis bij al datgene wat wordt bestreden door die vernieuwende stromingen.

De strijd voor een alternatieve staatsinrichting gebaseerd op gemeenschapseigendom van de samenleving

In navolging van Hegel maakte Marx onderscheid tussen de staat en de maatschappij. Marx was echter van mening dat het algemeen belang van de maatschappij niet wordt vertegenwoordigd door de kapitalistische staat, want deze kan slechts in schijn de belangen van de samenleving vertegenwoordigen. Die schijn wordt opgehouden door het gebruik van de democratische uitstraling van de Trias Politica zonder de principiële principes van volksparticipatie ervan op te nemen in het staatsbestel. Het liberalisme zoals neergelegd in de Trias Politica hoort bij en is resultaat van de genoemde militante stromingen. Sterker nog, het ligt op de weg naar het socialisme en staat diametraal tegenover het klassenkarakter van het kapitalisme.

Dat zijn de voornaamste factoren die kunnen dienen voor de sterkte/zwakteanalyse van het communisme in de 20ste eeuw. De Trias Politica is de grondslag van democratie dat wil zeggen: het is het systeem van fundamentele zeggenschap en zelfbeschikking van het volk over de rechtelijke, wetgevende en uitvoerende machten binnen de samenleving. Het sluit volledig aan bij het Communistische Manifest waarin het veroveren van democratische rechten de prioriteit van de werkende gemeenschap is. De toevoeging van het Manifest is het afschaffen van de privaateigendomsrechten van een rijke bezittende klasse en het schrappen ervan uit de Grondwet. Hiermee wordt de rechtsbasis gevestigd voor de met hun strijd bereikte democratische rechten van de werkende gemeenschap. Zo lang het kapitalisme bestaat blijft die rechtsbasis ontbreken. De structuur van de Trias Politica maakt het mogelijk een concreet toepasbaar alternatief staatsbestel op te zetten. De strijd om deze doelstelling te bereiken moet zijn gebaseerd op het invoeren van zelfsturing in het bedrijfsleven en maatschappelijke instituten en organen. In deze strijd beschikt van vakorganisatie over beslissende wapenen. De huidige vakorganisatie is daar niet toe ingericht. De reformistische politiek om het privaateigendom van de rijke sector met rust te laten heeft ertoe geleid dat de vakorganisatie zich beperkt tot loonstrijd en het opvangen van de gevolgen van de maatregelen van de bedrijfseigenaren. Daaraan moet de belangrijkste taak van het veroveren van fundamentele zeggenschap, zelfbeschikking en zelfsturing worden toegevoegd. De vakorganisatie moet zich de hoofdzaken van de moderne wetenschappelijke bedrijfskunde eigen maken om vorm te kunnen geven een alternatieve bedrijfsorganisatie gebaseerd op democratische zelfbestuur.

Hiermee wordt het werkelijke karakter van door de zogenaamde ‘liberale politieke partijen’ gebruikte begrip: ‘liberale markteconomie’ blootgelegd als een oxymoron term dat twee tegenstijdige begrippen samenvat. Met de een dialectische analyse van de democratische beginselen kunnen de fundamentele principes van het Trias Politica liberalisme worden losgekoppeld van de daaraan tegenstrijdige ideologie van de neofeodale marktideologie ofwel kapitalisme.

De voorstanders van de marktideologie willen doen geloven dat dit systeem de enige mogelijkheid biedt voor vrije ontplooiing van ondernemerschap. Dat is complete nonsens. In de marktideologie ligt de nadruk niet op het nut van de ideeën en producten van de onderzoekers maar op de handelswaarde dat totaal niets heeft te maken met het maatschappelijk nut. De ideeën komen via met een habbekrats opgekochte octrooien en patenten in handen van handelaars die hiermee beschikken over het alleenrecht die producten te maken en er ontiegelijk rijk mee worden. In het programma ‘Dragons’ Den’ op WNL krijg je een glimp te zien hoe zo,n misselijk makend stelletje miljonairs hun geld beleggen in het werk van onderzoekers om er rijker mee te worden. De rechtse WNL werd opgericht door de Telegraaf en het programma wordt gepresenteerd door de even misselijk makende rechtse coryfee Jort Kelder. De werkelijke ondernemende onderzoekers staan buiten spel. Let hierbij op de farmaceutische bedrijven. De kwalijke gevolgen van het zo gevierde marktprincipe zie je nu in de onmenselijke puinhoop van de vaccine leveranties en de schrikbarende prijsstijgingen.

De marktideologie is een enorme rem op de vrije toepassing van wetenschappelijk ondernemerschap in dienst van maatschappelijk nut van hun ontwikkelingswerk. Het staat onder zware dictatuur van de rijkste aandeelhouders van de industriële ondernemingen.  

Zelfsturing betekend: volledige participatie van alle leden van de samenleving in het maatschappelijk proces zonder de hegemonie van afzonderlijke groepen. De maatschappij wordt niet meer bestuurd door politieke partijen in staatsverband maar wordt gestuurd door kennis. Dat heet: ‘Communisme’. De staat en partijen zijn afgestorven, inclusief de communistische partij, omdat er geen klassenbelangen meer bestaan. De productiewijze is niet meer gebaseerd op particuliere winst maken voor een kapitalistische elite klasse maar op het nut voor mens en natuur. Dat is een productiewijze die maatschappelijke- en milieu winst maakt.

Het begrip: ‘zelfsturing’ is geen theoretisch principe meer. Het is ontstaan uit de technologische noodzaak om de moderne productieprocessen te kunnen besturen. Dat zijn prachtige organisatievormen die zijn gebaseerd op de cybernetische ITC, de Informatie en Communicatie Technieken. Dat zijn horizontale systemen die niet meer zijn gebaseerd op ‘onderschikking’ maar op ‘nevenschikking’ van zelfstandig werkende mensen die volledig meedoen in de besluitvormingsprocessen. Dit kwam tot stand in de wetenschappelijke transitie van de productieprocessen. Deze zelfsturende systemen staan in conflict met de traditionele top-down organisatie van de bedrijfseigenaren. Deze problematiek is uitvoerig omschreven in de studies: ‘Basisprincipes voor maatschappelijke zelfsturing deel 1, deel 2 en deel 3’. Om nog even aan te geven wat wordt bedoeld met het verschijnsel dat het principe ‘zelfsturing’ is opgekomen uit de wetenschappelijke transitie in besturing van productieprocessen het volgende model. Aan de linkerkant zie je de technologische transitie van productieprocessen geïntegreerd met de ICT wetenschappen. Deze organisatievorm ontstond niet uit politieke-, maar uit technologische noodzaak.

Aan de rechterkant is de mogelijkheid aangegeven onder ‘politieke transitie’ om met deze nieuwe horizontale bestuurlijke vorm in te voeren in de personele bovenbouw zodat dat zowel het productieproces als het bedrijf berust op zelfbestuur van de werkende gemeenschap. De centrale rol in deze strijd wordt vervuld door de vakorganisatie die naast haar loonstrijd de strijd organiseert voor het bereiken van fundamentele zeggenschap en zelfbeschikking van de werkende mensen. Dat lijken vér liggende doelen. Dat is juist. Maar dat is het karakter van systeem doorbrekende systemen die fundamentele veranderingen doorzetten. Het is zoals Johan Kruijff het zegt: ‘als je niet schiet maak je nooit een doelpunt’ en dat is een leerzame vaststelling. Je moet initiatief nemen om doelstellingen te bereiken. Begin is moeilijk.

Met het gemodder binnen het kapitalistische referentiekader van repressieve tolerantie is de arbeidersbeweging in haar 120 jarig bestaan niet verder gekomen dan het, steeds tijdelijk, iets aangenamer te maken om binnen kapitalisme te leven. Regelmatig worden de resultaten weer teruggezet door ‘bezuinigingen’. De markteconomische ideologie is een achterlijk 17de eeuws maatschappijsysteem met een milieu vernietigende productiewijze, die allang had moeten zijn afgeschaft door de samenleving. Het was in de 20ste eeuw de taak van de communistische beweging geweest inhoud te geven aan de oproep van het Communistische Manifest om als eerste doelstelling de verovering van democratie op het programma te zetten. De communistische beweging had met haar dialectisch wetenschappelijke kennis de Trias Politica verder kunnen ontwikkelen. Dat wil zeggen de uitgangspunten in de Trias Politica van volledige participatie van het volk in het drie machten stelsel te verbinden met de doelstelling in het Manifest het privaateigendom van de bezittende klasse om te zetten in gemeenschapsbezit van productiemiddelen, banken en grond.

Daarmee is de werkelijke ‘democratische bestuursstijl’ van het liberalisme in de Trias Politica los gemaakt van het hypocriete maskeren van het de feodale ‘industriële bestuursstijl’ ten dienste van de parasiterende kapitalistische klasse. Het oorspronkelijke liberalisme, voortgekomen uit de Renaissance, de Verlichting en het Humanisme dat is neergelegd in de Trias Politica, behoort bij het socialisme en staat in volledig contrast met het egoïstische neofeodale kapitalistische systeem. Het is bijna ongelofelijk dat er nog steeds niets aan is gedaan aan het verschijnsel dat een conservatieve, kapitalistische partij zoals de VVD zich nog steeds blijft hullen in het liberale kleed terwijl zij niets maar dan ook niets te maken hebben met het principe ‘volksvrijheid’ genaamd: ‘liberalisme’ zoals dat als resultaat uit de Renaissance, Verlichting en Humanisme is neergelegd in de Trias Politica.

Het volbrengen van de opgave om een echt vernieuwend proces op gang te brengen zal grote bijval en steun vinden bij werkend Nederland omdat het gedurende de afgelopen 100 jaar de weg is die de westerse werkende gemeenschap is ingeslagen. Het is een uitdagende opgave voor de jeugd om deze draad op te pakken. Dit opent voor hen een prachtige toekomst.

Slotopmerking

De hier geschreven benadering van het beginsel: ‘Communisme’ kan bij de oude strijdmakkers of hun kinderen ten onrechte het beeld oproepen alsof alles fout is gegaan met het communisme van de 20ste eeuw. Dat is natuurlijk in de verste verte niet het geval. Maar deze benadering wordt gedacht te worden uitgevoerd binnen het hoofdstuk: ‘sterkte/zwakte analyse’. Het gedachtegoed van communisme is het ‘Wetenschappelijk Socialisme’, dat is gebaseerd op het natuurwetenschappelijk ‘Dialectisch Materialisme’. Dat gaat er vanuit dat alles steeds in ontwikkeling is. Iedere nieuwe uitgave van de boeken van Marx en Engels hebben steeds een uitvoerig voorwoord waarbij de inhoud van de nieuwe uitgave steeds wordt bijgesteld met de gevorderde ontwikkeling. Het beginsel ‘sterkte/zwakteanalyse’ is een continu proces in het denken van het communisme. Dat komt neer op het verloop van de analyse: ‘plan-actie-resultaat-evaluatie’. In de dialectiek is dat: ‘these-antithese-synthese’. Dit wordt nader uitgelegd in: Basisprincipes voor maatschappelijke zelfsturing deel 2. Op het plaatje is te zien hoe ondergetekende de dialectische analyse samengebracht met de moderne cybernetische benadering.

Als we het hebben over sterkte/zwakte analyse dan gaat de bovenstaande beschrijving over de zwakke kanten van de ontwikkeling. Er bestaan natuurlijk ook de sterke kanten van de ontwikkeling van het communisme. Dat moet apart worden behandeld, maar je kan al vaststellen dat het bijzonder sterke kanten zijn. De enorme inzet van de communisten in de Sovjet Unie en in het Europese verzet zorgden er voor dat er nu geen hakenkruisvlaggen wapperen op onze stadshuizen. De Sovjet volken hadden de oorlogsmachine in Stalingrad en Kurk al verpletterd twee jaar voordat de invasie in het westen plaatsvond. Het is niet ondenkbaar dat als de Sovjet Unie niet had bestaan Engeland en Amerika het op een akkoord met Hitler hadden laten komen net zo als zij dat in 1938 in München deden en na de oorlog met Franco. Zo zijn er nog meer sterke kanten te noemen zoals dat in China, Vietnam en nog andere Aziatische landen de Engelse, Amerikaanse en Franse kolonialisten het land werden uitgeschopt.

Dat was even ter verduidelijking van de intentie om een bijdrage te leveren in de historisch sterkte/zwakte analyse van het de ontwikkeling van het communisme. Het gaat erom lering te trekken uit het verleden om je hiermee beter te kunnen voorbereiden op de toekomst en wat dat betreft moet er heel wat gebeuren! We moeten niet bang zijn over ons schouder te kijken. Mijn vroegere leermeester zei eens om mij te troosten toen ik een fout had gemaakt: ‘Maak je geen zorgen: ervaring is de som van de gemaakte fouten’.

Hugo van Langen, 18 april 2021.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *